Opwarming Van De Aarde En Gelijke Kansen

1 Opwarming van de aarde

1.1 Wat informatie vooraf

De opwarming van de aarde kan je definiëren als dat de temperatuur op onze planeet langzaamaan stijgt.
Deze stijging begon rond het begin van de 20ste eeuw. Men stelde toen al vast dat de gemiddelde temperatuur gestegen was met zo’n 0.74°C.
Het IPCC (Intergovermental Panel on Climate Change) toonde aan dat deze opwarming te wijten was, en nog steeds is, aan de activiteiten van de mensen.
Zo zijn er verschillende aspecten die hierbij meespelen, onder andere het verbranden van fossiele brandstoffen, daaronder verstaan we ondermeer steenkool, aardolie, aardgas en hun afwerkproducten. Verder heb je ook de ontbossing die steeds verder en verder gaat waardoor ons ecosysteem al de giftige stoffen niet meer uit onze atmosfeer krijgt.
Bepaalde agrarische en industriële activiteiten zorgen ook dat er steeds meer broeikasgassen in onze atmosfeer terecht komen.
Onderzoek toonde aan dat als de temperatuur met 2°C zou stijgen dat het grote gevolgen zou hebben voor mens en milieu. Dit ondermeer door de zeespiegelstijging, maar ook door hitte- en droogteperiodes, extreme waterval en nog meer.
Uit een recent onderzoek van het IPCC , dat werd opgesteld uit de VN-raad, werd in 2007 een rapport opgesteld dat men om de vijf/zes jaar opnieuw aanpast. In dit rapport wordt de huidige wetenschappelijke, technische en sociaal-economische situatie rond de opwarming van de aarde beoordeeld en samengevat. Uit het laatste rapport kunnen we afleiden dat de meest recente opwarming te wijten is aan onze activiteiten van de laatste 50 jaar.
De precieze temperatuurveranderingen zijn moeilijk uit te rekenen. Wegens gebrek aan gesofisticeerde en correcte meetapparaten in de laatste 100 jaar werden de temperatuurschommelingen niet systematisch opgemeten. Nu worden temperatuurmetingen gedaan en dit enkel aan de hand van secundaire metingen, dit zijn ondermeer de tellingen van de jaarringen, de opgeslagen gassen in het ijs op Antarctica, etc. Wat niet altijd een correct resultaat geeft. Hierdoor kan men ook niet echt zeggen of dat er veel veranderingen zijn gekomen met betrekking tot de temperatuur dan 1000 jaar geleden.

1.2 Het IPCC

Uit het onderzoek van het IPCC werd vastgesteld dat de industriële revolutie eigenlijk de beginfase is van de opwarming van de aarde. Voornamelijk doordat er in die tijd veel meer broeikasgassen, CO2 en methaan de atmosfeer werd ingestoten zonder dat er ook maar enig persoon naar om keek.
Bij deze uitleg horen enkele grafiekjes:

 Verandering in de stralingsforcering (bijdrage aan het broeikaseffect) tussen 1750 en 2005
Bijdrage van verschillende factoren aan de opwarming van de Aarde volgens modelberekeningen.
De verwachte (bruin) en gemeten (zwart) temperatuurverandering tussen 1900 en 1990 alsmede de bijdrage van verschillende factoren aan deze verandering worden weergegeven. 

Er is geen andere mogelijkheid waaruit men kan afleiden waardoor de temperatuur zo steeg sinds 1900. De meeste problemen komen door het fijn stof en de invloed van de wolken hierop. De broeikasgassen in onze atmosfeer hebben een piek bereikt in zo’n 650 000 jaar. Deze toename is voor het grootste deel te wijten aan de handelingen van de mens. Hieronder verstaan we de verbranding van fossiele brandstoffen, productie van cement en glas, maar ook landbouw en veeteelt speelt hier een grote rol in. In kleinere mate is ook de geologische cycli en vulkanisme een deelstuk van de opwarming, maar dat deel is zo kleine dat het bijna niet noemenswaardig is. De uitstotingen van vulkanen zijn aanzienlijk kleiner dan de antropogene uitstotingen.
Uit onderzoek is gewezen dat ook de zon een grote rol speelt bij de opwarming. Sinds het begin van de 20ste eeuw is de zon veel actiever dan enige tijd ervoor. De Deen Hendrik Svensmark is ervan overtuigd en bewees dit ook al gedeeltelijk dat er een zekere samenhang is tussen verschillende componenten, waaronder ondermeer de zonnewind, de veranderlijkheid van het klimaat en de kosmische straling van de Aarde in zit. Uit andere onderzoeken is ondermeer te verstaan dat de zonnevlekken een gevolg zijn van de temperatuurveranderingen sinds 1950. Terwijl er voor 1950 sprake was van een stagnatie van die temperatuur of van een daling. Toch is de impact van de zon te klein om de gemeten temperatuursverschillen sinds 1900 daaraan te wijten.
Aan de hand van modellen opgesteld door het IPCC wordt de verdere temperatuursstijging en de invloed die de mens heeft op deze stijging in de gaten gehouden. Uit de reeds uitgerekende modellen leidt het IPCC af dat er een stijging van temperatuur zal zijn van ongeveer 0,2°C in de komende decennia, zelfs bij het constant blijven van broeikasgassen. Wat er na die 20 jaar zal gebeuren is het gissen.
Deze modellen zijn niet altijd even juist of duidelijk omdat de waarnemingen vaak niet overeen komen met de voorspellingen die eerder werden gemaakt. De wiskundige David Orell en statisticus Leonard Smith lieten eerder al weten dat het haast niet mogelijk is om de klimaatmodellen juist te voorspellen buiten het geobserveerde bereik.
Op de vaststellingen van het IPCC kwam ook kritieken, onder andere over de data waarop de verslagen verschenen, dat er geen opwarming is enzomeer. Bepaalde kritieken werden in peerreviewde tijdsschriften gepubliceerd.
Hier volgen enkele kritieken:
• Het eerste punt is dat de gebruikte temperatuurmeetreeksen volgens hen te kort zijn om vast te kunnen stellen dat de huidige opwarming significant afwijkt van natuurlijke variaties. De Canadese onderzoekers McIntyre en McKitrick wezen in 2005 op statistische onjuistheden in temperatuurreconstructies die stonden in het IPCC Third Assessment Report uit 2001. Het Fourth Assessment Reportgeeft mede op grond van deze studie grotere onzekerheidsmarges. Er is nauwelijk nog debat over de mate van de temperatuurstijging sinds 1900.
• Het tweede kritiekpunt gaat over de oorzaak van de opwarming. Er wordt soms gesuggereerd dat de toename van de CO2-concentratie het gevolg was van de opwarming van de Aarde in plaats van de oorzaak. Dit speelde inderdaad in het geologische verleden. Echter het algemeen inzicht is nu dat de huidige toename van CO2 voornamelijk wordt veroorzaakt door de mens (zie Broeikaseffect voor een verdere toelichting). De veranderende intensiteit van kosmische stralen wordt door critici echter als de werkelijke primaire oorzaak van de opwarming gezien. Er is namelijk tussen die twee een zeer sterke correlatie geconstateerd zowel in het afgelopen millennium, het huidige holoceen als ook in het verre geologische verleden. In deze studie blijkt er geen relatie met de CO2 te zijn: die is tot wel meer dan tien maal de huidige waarde geweest in zowel koude als warme condities. Dit zijn onbegrepen correlaties die dus niet in de klimaatmodellen voorkomen. Wat betreft een mogelijke causale verklaring zie hierboven bij Svensmark. Een onderzoek van de vorming van aerosolen door kosmische stralen wordt nu (2009-2011) in laboratoriumcondities bestudeerd bij CERN: het "Cloud-project". Sommige onderzoekers wijzen op de correlatie tussen de zonneactiviteit en de temperatuur tussen 1940 en 1980. Volgens hen zal er tussen 2006 en 2035 een periode van afkoeling plaatsvinden. Het IPCC en het KNMI verwachten echter dat de opwarming van de Aarde zal doorzetten in de komende eeuw mede doordat volgens hun berekeningen de zonneactiviteit niet sterk genoeg is om de opwarming van de afgelopen decennia te verklaren. Sinds 1980 is de zonneactiviteit, hoewel historisch gezien hoog, niet significant toegenomen terwijl de temperatuur wel sterk steeg. Deze laatste studies beperken zich hoofdzakelijk tot de directe invloed van de zonnestraling en niet tot de indirecte invloed, de eventuele modulatie van de kosmische stralen door de magnetische stormen behorend bij zonnevlekken.
• Het derde kritiekpunt betreft de klimaatscenario's. Zoals beschreven onder Modellen zijn klimaatmodellen niet goed in staat om klimaatveranderingen op sub-continentale schaal te beschrijven. De gesimuleerde opwarming van de troposfeer in de tropen is niet conform de waarnemingen.
• Het vierde kritiekpunt is dat het IPCC niet onafhankelijk zou zijn en kritiek van sommige wetenschappers niet is opgenomen in de eindrapportages. De commissie economische zaken van de House of Lords had in 2005 twijfel of de IPCC emissiescenario's en de samenvattingen wel vrij waren van politieke invloed. Deze twijfels werden later verworpen door de Britse regering. Sommige critici hebben hun zorgen geuit dat de rapporten van het IPCC de neiging hebben de gevolgen en risico's van klimaatverandering te onderschatten.
• Het vijfde kritiekpunt betreft de implicaties van de opwarming van de Aarde. Geoloog Salomon Kroonenberg (naar eigen zeggen geen klimaatscepticus) relativeert de IPCC-conclusies, omdat volgens hem over 10.000 jaar het interglaciaal afloopt en de aarde dan sowieso weer afkoelt. Hij stelt dat we beter kunnen investeren in hogere dijken dan in het terugdringen van broeikasgasemissies. Bjørn Lomborg wijst op de hoge kosten van het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en propageert ook aanpassingen aan klimaatverandering. Volgens de Stern Review en de IPCC is mitigatie wel kosteneffectief.
• Het zesde punt betreft de plaats van de opwarming. Metingen wijzen uit dat de opwarming het grootst is aan het aardoppervlak, in plaats van op ca. 8 tot 10 kilometer hoogte in de atmosfeer. Als de opwarming van de aarde veroorzaakt werd door broeikasgassen, zou de toename van de temperatuur het hoogst moeten zijn in de troposfeer, vlakbij de tropopauze.

1.3 Gevolgen die het IPCC verwacht in de toekomst

• Door de opwarming van de aarde zal het landijs op de polen sneller smelten waardoor de zeespiegel snel zal stijgen. Een ander gevolg is de reflectie en terugkaatsing van de zon die aanzienlijk zal verminderen. Door het smelten van het ijs en sneeuw is er minder weerkaasting en zo wordt er ook meer zonlicht geabsorbeerd. Daardoor stijgt de temperatuur aan de polen meer en is er een algemene temperatuurstijging ook.
• Het smelten van de ijskappen zorgt dus voor meer water en meer water zorgt voor meer verdamping die zich dan vormt in neerslag. Boven de polen en andere gebergten wordt deze neerslag vaak sneeuw en krijg je een afremming van het smelten van gletsjers en ijskappen. Er is ook geen eenduidigheid dat overal evenveel water verdampt of neerslag valt. Op sommige plaatsen verdampt er meer water dan dat er neerslag op andere plaatsen is het net het omgekeerde principe.
• Verder zullen er ook temperatuurschommelingen volgen. Dit gebeurt aan de hand van de zeestromingen.
• Vb.: Door het smeltende noordpoolijs kan het zijn dat het zoutgehalte in de Noordzee sterkt daalt omdat zout water zwaarder is dan zoetwater en er geen warme Golfstroom meer aangevoerd zou worden in de Noordzee. Dat zou zorgen voor een daling van de temperatuur over West-Europa. Dit blijven uiteraard nog prognoses en het KNMI liet al weten dat er nog gene grote veranderingen zouden volgen voor 2100

• Een ander gevolg is onder meer de bewolking in onze atmosfeer. Hoe meer bewolking er is hoe minder er warmte kan ingestraald worden op onze aarde, maar op die manier kan er ook geen warmte uitgestraald worden weg van onze aarden, want de wolken houden deze warmte tegen .
• Toch blijft deze stelling redelijk onzeker omdat sommigen beweren dat de wolken de opwarming net verminderd en anderen beweren dat de wolken de broeikasgassen net tegenhoudt.
• De belangrijkste klimaatveranderingen zijn reeds zichtbaar op tropische en droge tropische gebieden en de poolstreken.
• Hier volgen enkele opmerkingen omtrent wat er al te zien is en wat nog komen zal:
o Een zeespiegelstijging tussen de 18 en 59 cm in 2100 ten opzichte van 1990 (over de vorige eeuw geschat op 1 à 2 mm per jaar, 3 mm per jaar sinds 1992). Het aantal mensen dat getroffen wordt door overstromingen zal dan toenemen van 13 naar 94 miljoen per jaar;
o Afname in landbouwproductiviteit: dit wordt verwacht in gebieden waar droogte door klimaatverandering toeneemt, zoals in het Midden-Oosten en India;
o Toename van extreme weersomstandigheden en verandering van neerslagpatronen. In Nederland verwacht het KNMI een toename van de neerslag in de winter.
o Verspreiding van ziekten zoals malaria;
o Aantasting van ecosystemen: klimaatverandering gaat samen met de verschuiving van klimaatzones. De biodiversiteit op Aarde verandert: soorten die in koudere gebieden beter gedijen zullen in aantal afnemen bij opwarming en soorten die warmere klimaten prefereren zullen in aantal afnemen bij afkoeling. Biomen, specifieke geografische gebieden met karakteristieke soorten, zullen van plaats of van grootte veranderen.[43] Sommige planten en dieren kunnen zich niet snel genoeg aanpassen, waardoor ze met uitsterven worden bedreigd.
o Klimaatverandering kan op een aantal plaatsen leiden tot meer droogte, wat kan leiden tot meer bosbranden en woestijnvorming.;
o Zoetwatertekort: een groot gedeelte van de wereldbevolking leeft in landen waar een tekort is aan schoon drinkwater. Klimaatverandering kan het watertekort in diverse regio's, zoals het Midden-Oosten, de Sahel en Australië, groter maken; Voor andere gebieden kan er een gunstig effect optreden: in sommige klimaatscenario's wordt in Noord-Afrika een toename van neerslag voorspeld.
o Vernietiging van het koraalrif, al is dit feitelijk een rechtstreeks gevolg van de toename van CO2 en de daarmee samenhangende verzuring van het zeewater;
o Eveneens door de verzuring van het zeewater wordt een verminderde van vruchtbaarheid van zee-egels verwacht;[44][45]
o Opwarming van de Noordelijke IJszee. Het ijs op de noordpool zal verdwijnen in de zomer, waarschijnlijk voor 2050, mogelijk al in 2013;[46][47]
o Het terugtrekken van gletsjers en het verdwijnen van skigebieden;
o Afname van de ozonlaag.
• Er zijn ook enkele “positieve” gevolgen van de opwarming van de aarde.
Maar dit zijn voornamelijk antropogene gevolgen. Onder meer dat de productiviteit van de landbouw zal stijgen.
Ook door het smelten van het ijs op de polen komen er nieuwe stoffen vrij om te ontginnen.
Verder zal ook de Noordwestelijke Doorvaart ter hoogte van Canada vrijkomen waardoor schepen deze route kunnen om rond Amerika te varen?
De neerslag kan zowel positief als negatief gezien worden.

Hoewel tot nog toe de opwarming vooral nefaste gevolgen had voor de ontwikkelingslanden zal het mettertijd ook problemen veroorzaken voor België en Nederland.
Onder meer zal de temperatuur toenemen, maar ook door de neerslag zullen gewone rivieren veranderen in een regenrivier waarbij er vaak overstromingen zijn.
Ook de zeespiegelstijging zal meer gevolgen hebben dan alleen voor de kuststreek. Uiteindelijk zal de boden verzilten waardoor landbouw doen moeilijker zal verlopen.

1.4 Wat kunnen we doen tegen de opwarming van de aarde?

Zoals reeds vermeldt door het IPCC is de opwarming van de aarde een drastisch probleem. Maar wat kan eraan gedaan worden? Uiteindelijk is de opwarming al begonnen en is er bitter weinig om te zorgen dat het on overkomt, toch zijn er manieren genoeg om de opwarming te vertragen en uiteindelijk te stoppen.

Zo mag de opwarming niet hoger gaan dan 2°C omdat het anders te desastreus zou kunnen worden.
Om deze maatregel te behalen moet er aan enkele voorwaarden voldaan worden. Onder andere moet er tegen 2050 een vermindering zijn van 15% op vlak van de uitstoot van broeikasgassen.

In 1992 werd er in Rio de Janeiro een klimaatverdrag gesloten samen met de VN. De hoofddoelstelling van dit verdrag is: "het stabiliseren van de concentratie broeikasgassen in de dampkring op een zodanig niveau, dat een gevaarlijke menselijke invloed op het klimaat wordt voorkomen."
In 1997 werd het Kyotoprotocol dan opgesteld. Het is een vervolg op het klimaatverdrag van ’92 en omvat het feit dat de industrielanden besloten hebben om de uitstoot van broeikasgassen tussen 2008 en 2012 met 5% te verlagen. Met broeikasgassen wordt ondermeer koolstofdioxide, methaan, distikstofoxide en fluorverbindingen (deze vindt je ondermeer terug in koelkasten, spuitbussen enz.)
De verminderingsverplichting voor België ligt op 7,5% dan bij de uitstoot van 1990.

Het Kyoto protocol steunt op vier doestellingen/mechanismen om de uitstoot te verminderen:
1. Emissiehandel: industrielanden als Nederland en België mogen in plaats van hun eigen uitstoot te verminderen ook emissierechten kopen in landen die onder hun toegestane uitstoot blijven. Dit wordt omschreven als "schone lucht kopen". Emissiehandel is niet toegestaan met ontwikkelingslanden.
2. Joint Implementation: industrielanden kunnen investeren in schone technologieën in voormalig communistische landen. De gerealiseerde uitstootvermindering (soms aangeduid met "hot air" (hete lucht)) mogen de industrielanden aftrekken van hun eigen uitstoot.
3. Clean Development Mechanism: industrielanden kunnen investeren in projecten die bijdragen aan duurzame ontwikkeling in ontwikkelingslanden. De daarbij gerealiseerde 'additionele' uitstootvermindering mogen de industrielanden aftrekken van hun eigen uitstoot.
4. Sinks: door het aanplanten van bossen wordt CO2 opgenomen dat mag worden afgetrokken van de uitstoot.
De VS tekende het protocol wel maar ratificeerde het niet waardoor zij er zich niet moeten aan houden. China en India ondertekenden het ook en willen eraan mee te werken, maar ontwikkelingslanden zijn niet verplicht om er zich ook aan te houden.
Hoewel er pogingen gedaan worden voor uitstootsvermindering zal het klimaat toch veranderen, daarom is er een adaptatiebeleid nodig. In 2006 besloot de VS om toch mee te werken en ervoor te zorgen dat het milieu minder belast wordt en de mens minder afhankelijk wordt van fossiele brandstoffen. Dit was hetzelfde jaar waarin Al Gore op de proppen kwam met zijn film “Unconvenient Truth” en dat deze film voor de ommezwaai van de amerikanen zorgde.
In december 2007 was er een bijeenkomst in Bali, Indonesië om te kijken hoever er ondertussen veranderingen waren gekomen. Men merkte dat er weinig verandert was, maar kwam wel tot het besluit dat een mindering van broeikasgassen in de atmosfeer een must was. Maar er werden geen concrete doelen, noch een data afgesproken.
Uiteindelijk werd er voor 2009 een nieuwe bijeenkomst geregeld, wij kennen deze als de klimaattop in Kopenhagen. Ook uit wat wij gezien en gehoord hebben kunnen we besluiten dat dit ook geen groot succes is geweest en de tijd raakt stilaan op.

1.5 Filmpje Michael Strizki: solar hydrogen house

2 Gelijke kansen en sociaal werk

2.1 Gelijke kansen gezien over de hele wereld

Uit wat hierboven te vinden is kunnen we ook perfect verbinden met de gelijke kansen van verschillende bevolkingsgroepen.
Vanuit het stadium van klimaatverandering kan men duidelijk besluiten dat de doelgroep die het minst vervuilend is, de zwaarste lasten dragen. Zij zijn dan ook de eersten die het klimaatverschil voelen. Denken we maar even aan de overstromingen in Pakistan eind juli dit jaar.
Gelijke kansen over de hele wereld is een wijds begrip. Denken we maar eens aan alle verenigingen die werden opgericht om iedereen die kansen te bieden. Verschillende organisaties zoals Broederlijk Delen, 11 11 11, Fair Trade winkels, Vredeseilanden, Artsen zonder Grenzen, Amnestie International, Unicef, Oxfam Wereldwinkels, Max Havelaar, en zo zijn er nog veel meer. Al deze organisaties zetten zich in om mensen in ontwikkelingslanden een beter leven te geven. We kunnen op vele manieren zelf deel uitmaken van deze organisaties en dat door een klein gebaar, neem nu het kopen van een sleutelhanger van Vredeseilanden, etenswaren te kopen bij de Oxfam, geld storten aan 11 11 11, etc.
Artsen zonder Grenzen en gerelateerde organisaties zorgen dan weer voor hulp op de momenten als er rampen gebeurd zijn. Neem nu bijvoorbeeld bij de tsunamiramp in 2004. Deze organisatie heeft meteen vanalles op touw gezet om geld in te zamelen, geneesmiddelen naar het getroffen gebied te zenden enz.

2.2 Gelijke kansen in Vlaanderen

Ook gelijke kansen in Vlaanderen zijn vaak ver te zoeken. Denken we maar eens aan de daklozen in deze koude tijden. Hoewel er hier en daar enkele opvangplaatsen voor hen zijn, zijn er lang niet genoeg voor ze allemaal te huisvesten.
Een voorbeeld uit de media gegrepen zijn de duizenden asielzoekers die gewoon op straat gestuurd worden zonder onderdak of geld in een vreemd land.
Vaak zijn deze asielzoekers klimaatvluchtelingen en niet alleen politieke- of oorlogsvluchtelingen. Deze klimaatvluchtelingen vluchten weg uit hun land omdat de veranderingen te drastisch zijn en vaak niet meer leefbaar zijn.
Hoewel ze vaak hopen om hier een beter bestaan op te bouwen lijkt het vaak helemaal niet te veranderen en eidnigen ze ook hier dakloos op straat.
Kansarmoede in Vlaanderen is ook een item dat moeilijk te bestrijden is. Vaak zijn mensen die in de kansarmoede leven werkloos en kunnen ze zich op ecologisch vlak vrij weinig permitteren. Neem nu als voorbeeld energiebesparen. Vaak wonen deze mensen in huizen waar de isolatie nihil is. En daarbij kunnen ze ook niet echt energie gaan besparen door alles een graadje minder te zetten want dan zouden ze even goed buiten kunnen gaan zitten.
Het duurzaam vlak van hun werk is ook ver te zoeken. Door hun werkeloosheid zijn bepaalde drempels veel moeilijker te overschrijden om aan werk te raken. En raken ze al eens aan werk dan zijn de omstandigheden vaak ook niet altijd erg positief en zijn de contracten vaak van korte duur.
De werkomstandigheden zorgen ervoor dat velen onder de kansarmoedigen geen zin hebben om lang zo’n job uit te oefenen. De flexibiliteit waaraan moet worden voldaan laat vaak de wensen over vooral voor zij die een gezin en een huishouden hebben die moet gerund worden. Ook het duurzame aan de job is ver te zoeken, velen onder deze mensen krijgen stress, fysieke problemen, enz. Ook het loon laat vaak de wensen over als je vergelijkt wat ze zoal moeten doen en vaak zijn ze onderbetaald.

3 Powerpoint

Klik om Powerpoint te zien

4 Bronnen:

- www.wwf.be
- http://nl.wikipedia.org/wiki/Opwarming_van_de_Aarde
- http://nl.wikipedia.org/wiki/IPCC-rapport_2007
- http://www.hier.nu/klimaat/zeespiegelstijging.html
- http://www.lne.be/themas/duurzame-ontwikkeling/historiek/vn-conferentie-inzake-milieu-en-ontwikkeling-rio-de-janeiro-1992
- http://www.google.be/imgres?imgurl=http://aardrijkskunde.dbz.be/graad3/atmosfeer2/figuren/neerslag/zeestromingen.gif&imgrefurl=http://aardrijkskunde.dbz.be/graad3/atmosfeer2/neerslag/neerslag_opl.htm&usg=__sJxk5VaAO-CrCH8ZF7jzYp3TQoc=&h=506&w=960&sz=122&hl=nl&start=0&zoom=1&tbnid=brEf9izluW_lzM:&tbnh=89&tbnw=168&prev=/images%3Fq%3Dzeestromingen%26hl%3Dnl%26biw%3D1596%26bih%3D664%26gbv%3D2%26tbs%3Disch:1&itbs=1&iact=rc&dur=310&ei=Jln9TOG6KsGEOqCa-NQK&oei=-1j9TIb8CsuUOtyfldUH&esq=8&page=1&ndsp=33&ved=1t:429,r:1,s:0&tx=105&ty=53
- http://www8.nationalacademies.org/onpinews/newsitem.aspx?RecordID=11676
- http://www.klimaatportaal.nl/pro1/general/start.asp?i=0&j=0&k=0&p=0&itemid=366
- http://www.pnas.org/content/99/suppl.1/2487.full
- http://www.publications.parliament.uk/pa/ld200506/ldselect/ldeconaf/12/12i.pdf
- http://www.encyclo.nl/begrip/klimaatverandering
- http://www.unicef.be/nl/project-world/overstromingen-pakistan
- http://www.yabasta.be/Ecologische-rechtvaardigheid-en
- http://www.youtube.com/watch?v=xEdQRVQtffw